Blauw, groen, geel of rood?

Als je bij een bank werkt, word je murw geslagen met cursussen. Vaak in bossen ver weg van de drukke Randstad zodat je kunt wandelen en alle vers opgedane indrukken kunt laten indalen. Vooral de cursussen die ontwikkeling van de softe factoren zijn in zwang. Grote bankmannen met enorme buiken barsten in tranen uit. Maar dat mag: ‘Laat maar komen, hier ben je veilig’.
Als je feedback krijgt mag je niet reageren.
‘Stop maar even in je rugzakje’ of ‘kauw er maar even op’ . Heel af en toe kom je beter uit de cursus- zaal dan je er in ging. En dan heb je nog van die heerlijke kwadrantjes.
Blauw is analytisch, groen staat voor structuur, geel is creatie en rood passie. We zijn een beetje van alles en van sommige veel.

Bij de bank stikt het van degelijke groene mensen, vaak ook nog gezegend met een overdosis blauw. Mannen met pakken. Vrouwen hebben van nature wat meer rood, zeker als je ze boos maakt.

De gelen zijn in de minderheid, maar daarom wel geliefd.
In ons bestaan als sporters zet ik in op een flinke rode saus. Passie of bewijsdrang, misschien zelfs egocentrisme. Groen zit ook in ons DNA. Zeker bij de lange afstand sterft het van de schemanerds, die geen meter minder lopen dan op het schema staat, ook al zien ze groen en geel.
Blauw eveneens, want met GPS en hartslag wordt alles geanalyseerd en geëvalueerd tot we een ons wegen. Maar wat moeten we toch met geel?
Ik weet het niet.
Misschien een training overslaan en een column schrijven?
Biertje…