Greg

Decennialang loop ik rondjes op de baan van AAC. Eerst gravel, nu tartan. Ik ben geen luipaard, eerder een bizon. Ik liep in de kudde met veel stof omgeven op zoek naar de waterbron die kilometers verderop lag. Ik zag ze wel, de luipaarden. En lui vond ik ze. De hele avond lummelden ze maar wat rond om misschien 3 a 4 keer een sprintje te trekken. Dat was het beeld. Totdat sprintcoach Peter Verlooy tot me sprak. “Niet lui, maar slim. Terwijl jullie de hele prairie overtrekken komen mijn luipaarden maar één keer uit hun nest, halen één keer een verwoestende sprint uit de kast en hebben genoeg eten voor dagen.” En stiekem was ik ook wel een beetje jaloers als opa Linford Christie direct na de finish zijn tenue van zijn gewelfde torso trok. Eerst de rechterkant, dan de linkerkant en dan minutenlang het beeldhouwwerk langs alle camera’s laten vastleggen. Ego. Of Maurice Greene, die vooral voor de start als een hongerige poema van links naar rechts door het startvak liep, met zijn tong uit de mond om de aanstaande overwinning vast te kunnen proeven. Ik had zelfs respect voor de überfoute Ben Johnson. De kracht, de macht, de onmenselijke snelheid. De krachtpatsers zijn er nog steeds. Maar de alleenheerschappij is doorbroken. Usain Bolt is eerder lang dan breed. Zijn show vooraf en achteraf is iets te geregisseerd maar zijn acceleratie in de laatste meters is van een andere planeet. Als zijn spikes het tartan geselen draait onze wereldbol een fractie sneller. Zelfs in China moeten ze de klokjes opnieuw instellen. Zijn pendel is zo wijds, zijn zweeffase zo lang en hoog dat er een moeder met tweeling in kinderwagen onderdoor kan lopen. En dan natuurlijk onze Greg. Ze waren er altijd al, “de Sedocjes”. Eerst pa en nu het getalenteerde kroost met als uitschieter Greg. Wat Usain in de laatste meters doet, doet Greg in de eerste meters. Hij schiet zichzelf als een katapult af uit de blokken. Licht, lenig en sterk. Hij scheert over de hordes met zijn neus tegen de knieën. Het ritme, het evenwicht waarmee hij de tien hekjes meester is zijn van poëtische schoonheid. Nergens is vermoeidheid te bespeuren. Geen geworstel, maar grandeur. Voor de finish laat Greg nog een keer zijn lenigheid zien door zich als een knipmes in elkaar te laten klappen om zijn borst als eerste op de foto te krijgen. En daarna richt hij zich op, kijkt naar de klok links en vindt de bevestiging dat hij binnen de limiet van de Olympische Spelen is gebleven. Greg heeft geen doping nodig. Greg is van nature lenig en snel. Hij is met elastiek aan de finishlijn vastgemaakt. Greg kan het op 60 meter en op 110 meter. Het enige dat Greg niet kan is met een agenda omgaan. De zorgvuldigheid en finesse die hij bij zijn hordendans openbaart, mist hij ten enenmale bij de administratie. Slordig. En laat dat hem nu niet noodlottig worden. Ik vraag namens heel atletiekminnend Nederland: Sluit ons luipaard niet op. Laat hem niet van honger sterven, want ik weet wat zijn whereabout is als hij zijn ogen sluit voor weer een moeilijke nacht.
In London 2012.
(Column Paul Bierman, eerder verschenen in nieuwsbrief AAC juli 2011)